Foto's
ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ

Terug


Blauwe Reiger  Ardea cinerea  © Luc Declerck


Dit is de enige reiger die zich in onze regio van volgende definities kan voorzien: regelmatige broedvogel, jaarvogel en dagelijkse verschijning.
Tja, zelfs kleine tuinvijvers worden gefrequenteerd!

Misschien wekt dit de gedachte dat de Blauwe Reiger al sedert mensenheugenis tot onze avifauna behoort. Maar niets is minder waar.

Bekijken we de historiek maar op Belgisch vlak.
De ‘dagelijksheid’ van onze Blauwe Reigers is het resultaat van de geleidelijke uitbreiding van het broedareaal in België in de loop van de negentiende en twintigste eeuw.
In de periode ±1880-1966 beperkte de Belgische broedpopulatie zich nagenoeg tot het noordwesten des lands.
Tussen 1910 en 1920 bereikte zij een eerste toppunt met minimum 400 en maximum 670 paren.
De afname die hierop volgde, werd vanaf 1935 omgezet in een steile groei (735 tot 840 paren in 1945), waarna het bestand weer instortte (174 tot 179 paren in 1966).
De bescherming van de Blauwe Reiger in ons land vanaf juni 1967 leidde tot een explosieve aantalstoename in de jaren zeventig in Vlaanderen (en in de jaren tachtig in Wallonië), en legde de basis van de relatieve stabiliteit van de huidige Belgische broedpopulatie.
In de periode 1981-1996 werd het aantal paren in Vlaanderen en het Brussels Gewest nooit op minder dan 1243 (in 1987) geschat, en nooit op meer dan 2236 (in 1989), waarbij de verschillen van jaar tot jaar vooral gerelateerd bleken te zijn aan de strengheid van de winter.

In dit licht kunnen we de Blauwe Reigers beschouwen die wij zien in Noordwest-Brabant. Hieronder een samenvatting van de markantste gegevens:
  • De soort “zou” in 1962 genesteld hebben te Vilvoorde, maar hierover zijn onvoldoende gegevens bekend.
  • De enige echte vaste broedstek is de kolonie die zich in het Bloso-domein van Hofstade bevindt. Hier wordt gebroed sedert 1983, of wellicht reeds sedert 1982. Naar analogie met andere Belgische kolonies zal vermoedelijk ook deze van Hofstade geleden hebben onder de drie opeenvolgende strenge winters van 1984 tot 1987. In 1989 en 1994 lag het aantal nesten in een orde van grootte “tussen 50 en 100”. Tussen beide jaren in, werden 20 en 41 nesten geteld, resp. in 1991 en 1993. In 1995 en 1996 werd het aantal broedparen bepaald op resp. 61 en 52.
  • De recentste gegevens over de broedkolonie te Hofstade: 54 grotendeels bezette nesten in 2002, minstens 24 bezette nesten in 2003.
  • Te Grimbergen was er een waarschijnlijk broedgeval in het Domein van Borgt (“Ter Tommen”) in 1994.
  • Mogelijk zijn heel wat Blauwe Reigers die we te velde in het vizier krijgen geboren in het Koninklijk Domein van Laken, waar zich een van de grootste broedkolonies van België bevindt. In sommige jaren nestelt aldaar 9 tot 10 percent van de totale Vlaamse en Brusselse broedpopulatie. Bijvoorbeeld: 211 nesten in 1989.
  • Rusten en foerageren doen Blauwe Reigers in de regio ondermeer langs vijvers, wachtbekkens en grotere waterpartijen, in gemengde bossen met bronnen, in drassige (al dan niet gemaaide) weiden, en op akkers.
  • Eerstejaarsvogels kunnen ver uitzwermen. Zo werd een Blauwe Reiger die als nestjong geringd werd in Hofstade (1989) enkele maanden later afgeschoten in Kouli Kunda – en dat ligt in Gambia.
 

© Karl Vanginderdeuren

 

© Erik Toorman

 

© Erik Toorman


Terug

Vogelwerkgroep Noordwest-Brabant. Natuurpunt