Foto's
ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ

Terug


Sprinkhaanzanger  Locustella naevia  © Karl Vanginderdeuren


De oude boekjes hebben het nog over de ‘Sprinkhaanrietzanger’, maar omdat deze soort niet noodzakelijk aan riet gebonden is… werd zijn Nederlandse naam vier letters korter!
Voor broedvogels zijn een dichte kruidenlaag met struiken even voldoende als noodzakelijk.

Het ‘riet’ is er dus uit. Maar het lied niet!

Vele ornithologen die hun eerste herinnering aan een Sprinkhaanzanger bewaren, zullen zich hebben afgevraagd, of hier nu eigenlijk een vogel of een krekel aan het werk was.
Bij twijfel kan men het beestje gaan opsporen en na wat zoekwerk visueel waarnemen, tot, zeer dichtbij gekomen, de fel oranjerode binnensnavel bij het zingen duidelijk met het blote oog zichtbaar wordt.
Wie liever wat discrete afstand houdt, kan zich oriënteren op de vraag of het geluid steeds van dezelfde plaats komt, want Sprinkhaanzangers zingen vaak kopdraaiend.

Wie zich niet bezig houdt met het ringen van vogels, is aangewezen op veldwaarnemingen.
En wie aangewezen is op veldwaarnemingen, moet voor deze soort vooral auditief ingesteld zijn.
Wie auditief ingesteld is, moet dan nog de zang kunnen horen (het gehoor van sommige mensen laat vaak niet toe de toonhoogte van zingende Sprinkhaanzangers te registreren, wat van mens tot mens afhangt).
Wie wél Sprinkhaanzangers kan horen, moet dan nog de zang van de Snor en de (uiterst zeldzame) Krekelzanger objectief kunnen uitsluiten.
En bovendien krekels en sprinkhanen kunnen uitsluiten.
Alsof dit nog niet genoeg is, geven we nog een tip mee, waar bij ons weten weinig of niets in de literatuur terug te vinden is: we vermoeden dat erg vroege zangwaarnemingen van Sprinkhaanzangers in feite afkomstig zouden kunnen zijn van Blauwborsten (gekend als meester-imitators) die een laaggelegen zangplaats innemen en een imitatie mogelijk minutenlang volhouden, zonder door de mand te vallen.

Maar als we nog een paar bladzijden doorgaan met “pas op voor dit en dat” vrezen we dat onze vogelwerkgroep de eerstkomende 10 jaar geen enkele waarneming meer ontvangt van een Sprinkhaanzanger!
Gelieve bovenstaande tekst dus louter te beschouwen als een opsomming van mogelijke valkuilen bij determinatie.

Wat nu met de Sprinkhaanzanger in Noordwest-Brabant?
Uit het verleden zijn meerdere broedgevallen bekend.
In de 21ste eeuw is deze soort, die in de Sahel overwintert, een regelmatige en broedverdachte zomervogel.
Samenvatting uit de periode 2002-2003:
  • in 2002 waren er 4 veldwaarnemingen, telkens van bein april t/m eind mei, met name te Vilvoorde, Relegem en Sint-Ulriks-Kapelle;
  • daaronder (2002) tevens een zeer vroeg exemplaar op 2 april te Vilvoorde;
  • in 2003 slechts 1 veldwaarneming (22 juni Zemst);
  • in 2003 dan weer 9 geringde najaarsvogels te Asse-ter-Heide in de periode 25 juli t/m 27 september.
 

© David Botteldoorn


Terug

Vogelwerkgroep Noordwest-Brabant. Natuurpunt